|
"P MAGAZINE" / Brussel / 25. 05. 2004.
Kroatië applaudisseert na moord op lastigegetuige
De gruwel van Gospic
In de herfst van 1991 verdwijnen in drie dagen 140 burgers uit het kleine Kroatische stadje Gospic. Bijna dertien
jaar later hangt hun dood nog altijdtuissen de huizen. Milan Levar, de enige inwoner die durfde te praten over do gruwel die zich hier voltrok, werd vier jaar geleden afgemaakt na tussenkomst van
de Belgische wapenhandelaar James Cappiau. Levars moordenaar leeft intussen ongestoord op enkele honderden meters van’s mans weduwe Vesna. Onze man zocht haar op.
Kroatië wit tegen 2007 lid worden van de Europese Unie. Toeristen worden met zoete prijzen naar de Dalmatische kust gelokt. Een
recent rapport van de EU spoort de lidstaten aan om uitgebreide contacten met het land te leggen. Maar wat het rapport in nietszeggende bewoordingen verdoezelt, leeft in het stille binnenland in
alle hevigheid voort. De toerist die het ruige Kroatië intrekt, of het nu richting Knin of Gospic is, botst op de donkere onderstroorn van een land dat nog steeds niet in het reine is gekomen met
zijn rol in de Tweede Wereldoorlog. Laat staan met die in de Joegoslavische burgeroorlog. De spoken van het verleden knagen aan de prille democratie.
|
M.Levar, R.Frank, Z.Bando
with Hague investigators
|
|
Gospic, een Kroatisch stadje van 6000 zielen op 60 kilometer van de Adriatische
kust, 3 uur rijden van Zagreb. Hoofdstad van de mooie provincie Lika, geklemd tussen de prachtige meren van Plitvice en de Adriatische Zee. Op 28 augustus 2000
om 16u in de namiddag scheurt een explosie de stilte aan flarden, ledereen weet meteen wat er gebeurd is. Automechanicus Milan Levar sterft in zijn achtertuintje
voor de ogen van zijn 10-jarige zoon. De gevraagde politiebescherming voor Levar is spoorloos. maar als zijn vrouw Vesna vijf minuten later arriveert, wemelt het van
de flikken. Alsof ze getipt zijn. De politie verspreidt eerst bet gerucht dat het om een zelfmoordpoging zou gaan, nog wat later dat er een gasfles is ontploft.
Uiteindelijk geeft ze toe dat Levar vermoord is door een bom. Een gruwelijk einde voor een van de weinige Kroatische oorlogsveteranen die open en bloot over de
oorlogsmisdaden van de Kroatische troepen tegen gewone burgers durfde te praten. De brave burgers van Gospic knikken tevreden: een verrader minder. Verdiende loon.
Moord op de buren
De reden waarom Levar afgemaakt werd, gaat bijna tien jaar terug. Terug naar Gospic, naar 25 juni 1991:
deelrepubliek Kroatie scheurt zich los van Joegoslavië, dat door een burgeroorlog aan het verkruimelen is als
een Hasseltse koek. Met steun van Duitsland, fascistische bondgenoot uit de Tweede Wereldoorlog. Probleem is
dat heel wat burgers Servische Kroaten zijn. De regio’s waar zi in de meerderheid zijn, willen helemaal geen
onderdeel worden van het nieuwe Kroatië. Servische milities boren zich, gesteund door het Joegoslavische leger,
door het land als maden door een appel. Voor de onafhankelijkheid van hun streken en voor de uitbouw van een groter Servië.
In de herfst van dat jaar nadert de frontlinie het tienduizendkoppige Gospic. Servische milities zijn vlakbij. De
burgers proberen met oude geweren hun have en goed te verdedigen. Het merendeel van de Serviërs in Gospic
— dertig procent van de bevolking — heeft het stadje al verlaten richting Knin, de hoofdstadvan het gebied van
de opstandige Serviërs. De Serviërs die gebleven zijn, beschouwen zichzelf als Kroatische burgers en wachten met de anderen in de schuilkelders tot de Servische kanonnen stoppen.
Een van de vordedigers is Milan Levar, commandant van een verkenningseenheid. Levar is een Kroaat in hart en
nieren. In zijn studententijd werd hij van school gestuurd omdat hij zich wat te fel profileerde als een Kroatische
nationalist. Eerst van een gymnasium in Mostar, later van een industridiële school in Gospic. Levar wil de Serviers een poepje laten ruiken.
|
Tihomir Oreskovic
|
|
De strijd tegen Servië lokt al snel massa’s huurlingen en Kroatische immigranten die in hun
thuisland nog wat rekeningen te vereffenen hebben. Wanneer vanuit Zagreb twee mannen worden gestuurd die de verdediging van Gospic moeten organiseren, ziet Levar dat het misloopt.
Tihomir Oreskovic, nog niet zo lang geleden uit de VS overgevlogen, en Mirko Norac doen meer dan de stad succesvol verdedigen tegen de Serviërs. Samen met enkele
officiële vertegenwoordigers van Gospic stellen ze lijsten met de namen van de Servische inwoners op.
Wat volgt, tussen 16 en 18 oktober, is de eerste etnische zuivering op het grondgebied van
voormalig Joegoslavië. Een feit dat door de internationale media over het hoofd wordt gezien. Jong en oud, ongeveer honderd Serviërs in totaal, worden door gemaskerde leden van de
militaire politie op trucks geladen en even buiten het stadje koudweg geëxecuteerd. Ook veertig Kroaten,
lastige getuigen, moeten eraan geloven. De lijken worden begraven op plaatselijke kerkhoven.
Verborgen in de bossen in ravijnen gevorpen of soms gowoon achtergelaten op de plaats van executie.
Sommige lijken worden zelfs begraven op Servisch gebied om de schuld in de schoenen van de vijand te
schuiven. De huizen van de slachtoffers worden geplunderd en in brand gestoken. Bijna heel Gospic doet
hieraan mee. Er zijn weinig Kroatische gezinnen die geen televisietoestel, meubel, auto of ander voorwerp van hun Servische buur stelen.
Doofpot
De tandem Oreskovic en Norac, oorspronkelijk een kapper die later generaal zou worden, organiseert een waar
terreurbewind. Samen met twee andere militairen, Zdenko Ropac on Zdenko Bando, brengt Levar de regering in
Zagreb op de hoogte van de slachting en de gruweldaden van de militaire politie in Gospic. Zelf is hij door
Oreskovic gedwongen om getuige te zijn van de executie van een burger, die gewurgd werd met een tolefoonsnoer. Andere burgers wachtte een gruwelijker lot. De 53-jarige verplegkundige
Dusanka Vranes bijvoorbeeld sterrft nadat ze enkele dagen wordt gemarteld. Ze wordt govonden zonder benen.
Met drie kogels in de borst en één in het hoofd. Met een bijl in het gezicht en in de borstgeslagen. Andere
burgers worden doodgeslagen met hamers, afgemaakt met messen — zoals de rechter Branko Stulic (54) — of bowerkt mel vuur, zoals de postambtenaar Radovan Barac
. Van heel wat burgers zal de exacte doodsoorzaak later noit vastgesteld worden omdat er te weinig van hun lichaam overblijft. Vooral rijke Serviërs en intellectuelen
zijn aanvankelijk het doelwit van de etnischo tornado, maar al snel gaat iedereen met de verkeerde achtergrond of met een kritische stem eraan.
Niet lang na de slachting arriveert een onderzoeker uit Zagreb, een maand later een tweede. De officiële
rapporten brengen de regering en president Tudjman volledig op de hoogte. Oreskovic en een handvol anderen worden gearresteerd, maar na een intorventie van defensieminister Gojko Susak
weer vrijgelaten. Onder druk van 100.000 oorlogsveteranen die de straat opkomen en om muiterij in het Kroatische eger te vormijden.
Niemand wil de zaak ten gronde onderzoeken, Mirko met de pet is niet geďnteresseerd en de overheid kan die negatieve publicitit wel missen. President Tudjman spreekt van
"een strijd op dood en leven in Gospic die wordt aangestoken door Servische extremisten" en van "provocatoers die de Kroatische regering in verlegenheid willen brengen".
Tudjman bezoekt het stadje einde november 1991. Het enige gevolg is dat Oreskovic naar het ministerie van
Defensie verhuist in Zagreb en Mirko Norac wordt vervangen als militaire bevelhebber van deprovincie Lika. Een
ontgoochelde Levar neemt ontslag uit de militie en beseft dat de schuldigen niet gestraft zullon worden.
Het wordt stil rond Gospic. Maar als Tihomir Oreskovic in 1996 besluit om een gooi te doen naar het
burgemeesterschap van een stadje in de buurt, gaat Levar publiek met wat hij weet. In de Kroatische media is
dat op dat moment geen makkie. Af en toe verschijnen flarden van wat er in Gospic is gebeurd in de pers. Ofwel
worden uitgevers en journalisten geďntimideerd tot ze stoppen met publiceren, ofvel ontkent de kring rond
Oreskovic alles en zinkt de zaak weer weg in de vergetelheid. Levar besluit samen met andoren te gotuigen voor het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag.
Held of verrader?
Voor ik naar Gospic rijd, pik ik Zeljko Peratovic, journalist van de krant Vjesnik, op in Zagreb. Hij is een expert
in de zaak Levar. Voor zijn onthullende artikels rond de gobeurtenissen in Gospic heeft hij net de Oostenrijkse
vredesprijs gekregen. In Kroatië wordt zijn werk echter niet door iedereen geapprecieerd. Zijn vorige werknemer,
het tijdschrift Globus, vond zijn journalistieke graafwerk ‘te spectaculair’ en zette Peratovic caan de dur. Ook
doodsbedreigingen werden zijn deel: de voormalige chef van de Kroatische inlichtingendienst duwde hem ooit
een blaffer onder de neus met niot mis te verstane dreigementen. Het is afwachten hoe er op zijn boek Held of Verrader, waar hij na al drie jaren aan werkt, zal gereageerd worden.
ZELJKO PERATOVIC:
"Milan Levar werd drie keer door Den Haag uitgenodigd. Daardoor wisten de onderzoekers van de VN bijvoorbeold de exacte locatie van een massagraf in de buurt van Gospic. Omdat Milan zijn
beschuldigingen ook in de Kroatische pers bleef uiten, verzuurden de relaties met het Tribunaat snel. Milan
spaarde zijn kritiek op het Tribunaal ook niet; hij was ontgoocheld in de traagheid van werken, waardoor de
bewijzen van de etnische zuivering verdwenen. Hij vond ook dat er te weinig interesse was voor sommige
mannen die betrokken waren bij de slachting in Gospic. Zo wilde Den Haag niets weten van de rol van de
vroegere defensieminister Gojko Susak, omdat die beschermd werd door de Amerikanen. Susak, intussen overleden, was een persoonlijke vriend van de voormalige Amerikaanse defensieminister
William Perry. Levar en anderen beschuldigden deze uitwijkeling, die het, in Canada tot rijke pizzaboer had geschopt, ervan
gevangengenomen burgervrouwon te hebben verkracht. Volgens een getuige speelde Susak, die goed bevriend
was met Norac, kaart tussen de lijken die kriskras verspreid lagen in het militaire hoofdkwartier in Gospic. Den Haag had hier geen oren naar".
De Vijf van Gospic
"Milan Levar is in de loop der jaren een vriend van me geworden", vertelt de 36-jarige Peratovic ons in eon
typisch Balkan-restaurant. We zitten helemaal achteraan. ver weg van andere klanten. Telkens als er een ober nadert, stopt hij met praten.
PERATOVIC:
"Gospic heeft me altijd achtervolgd. Mijn journalistieke loopbaan startte er twaalf jaar geleden. Een
van mijn allereerste reportages bracht me naar daar. Mijn chauffeur een Servische Kroaat, liet or bijna het leven.
De inwoners namen hem gevangen en wilden hem executeren. Pas na een dag over on weer telefoneron met
Zagreb, besloten ze hem vrij te laten. Niet veel later had ik mijn eerste gesprek met Milan Levar. Hij was zo
verontwaardigd over do burgerslachting dat hij de stilte doorbrak. Voor velen maakte dat hem tot een verrader of een krankzinnig
". Zijn laatste gesprek met Levar voerdo Peratovic op de dag dat Milan Levar vermoord werd.
Niet zo lang voordat deze moest getuigen tegen de Vijf van Gospic, vijf Kroaten die na de dood van Levar van
oorlogsmisdaden in en rond het stadje werden beschuldigd. Drie ervan zouden n maart 2003, na een proces van
bijna twee jaar, door eon moedige vrouwelijke rechter veroordeeld worden. Op basis van onder andere het
getuigenis van Milan Levar voor het Tribunaal in Den Haag, kreeg Norac twaalf jaar cel, Oreskovic vijftien jaar. Twee andere beschuldigden werden vrijgesproken.
PERATOVIC:
"Een van mijn contacten, een vriend van Levar, vertelde me twee dagen voor do moord dat ze van plan waren om Milan te elimineren en dat hij moest stoppen met zijn "wilde
" verhalen. Toen Milan do man daarna belde, ontkende hij dat hij dat gezegd had. De dag van zijn dood had ik nog contact met Milan. Hij had
nieuwe intormatie over de etnische zuivering van vijt Servische dorpen in de Medak-enclave in 1993. waar
Kroaten 29 Servische inwoners vermoordden en elf Servische dorpjes met de grond gelijk maakten. Toen mijn collega Robert Frank
me enkele uren later vroeg of ik gohoord had dat Milan dood was, kon ik hot niet geloven.
Maar in heel Kroatië werd er door nationalisten gejuicht. Ook in Gospic vond men dat Levar zijn verdiende loon
had gekregen’ Milan Levar was de belangrijkste, maar niet de enige bron van Peratovic in de zaak Gospic.
PERATOVIC: Fatima Skula
, de secretaresse van Oreskovic vertelde me dat de man minderjarige meisjes vasthield voor seksueel vertier. Ze zag hoe burgers in het crisishoofdkwartier van Oreskovic en zijn mannen
zonder meer afgemaakt werden. Getuigd voor de rechtbank heeft zo nooit. Na een interview in Globus werd ze in elkaar geslagen.
"Veel mensen durfden en durven nog steeds niet rechtuit te praten, uit angst voor represailles.
Milan Levar was hun spreekbuis. Via hem bereikten anders verborgen gebleven getuigenissen en documenten de media". Een van die mensen was kolonel Nikola Rendulic
. Hij verzamelde heel wat informatie over de misdaden die in de provincie Lika werden begaan. Als zijn huis in 1993 wordt opgeblazen, worden aanvankelijk
Levar, Ropac en Bando gearresteerd en ondanks positieve getuigenissen voor hen pas vrijgelaten na een interventie van de Kroatische legerstaf. "Levar besloot om nu zeker niet te zwijgen
", zegt Peratovic.
Met politie-escorte naar het kerkhof
De journalist heett een ontmooting geregeld met Vesna Levar. De weg van Zagreb naar Gospic rijdt al een stuk
vrolijker dan enkele jaren geleden. Varkens draaien aan het spit, kinderen stromen de scholen uit. Gospic ligt in
een prachtige, maar strenge streek. Milans weduwe Vesna komt ons met haar autootjeoppikken aan de rand
van het morsige stadje. Zo kan iedereen zien dat er nog steeds buitenlandse interesse is in de zaak van haar
man. Pokdalige huizen getuigen nog steeds van de burgeroorlog. Terwijl we het kleino appartementje van Vesna en haar 14-jarige zoon Leon
binnenstappen, volgon tientallen ogon ons van achter de gordijnen. "Het gaat nu al wat boter dan vroeger", zegi Vesna. "De dreigementen en do beledigingen zijn gestopt. Echt
verbeteren zia de situatie nooit, dat weet ik. Binnenkort komt er nog een procos voor togon iemand die me met de dood heeft bedreigd".
|
Licence to kill
|
|
Van Peratovic weten we dat Vesna en haar zoon door vele mensen in
Gospic als lepralijders worden gemeden. Enkel haar buurvrouw leent haar wel eens een schouder om op uit to huilen. Haar zoon Leon echter is de
held van zijn klas. Omdat hij een beroemde vader heeft. zeker, maar ook omdat hij met een computer omgaat als een boer met een koeienuier.
Zijn cd-rom-handeltje brengt heel wat kuna’s in het laatje.
Waarom de familie nooit de stad of het land verlaten heeft? "Milan was
daar heel koppig in. Hij zei dat een land niet verder kon zonder geconfronteerd te worden met zijn eigen gruwelijkheden en de vorantwoordelijken te straffen. Vreemd genoeg was hij een van de
weinigen aan Kroatische kant die dat gedurfd hebben. Aan Servische kant is er nooit iemand opgestaan", zegt Vesna.
Zij en haar kind moeten te allen tijde hun doen en laten rapporteren bij de politie om aanslagen te vermijden.
Een bezoek aan het graf van haar man op het plaatselijke kerkhof betekent dat de buurt eerst moet uitgekamd worden op explosieven. "Maar er is ook goed nieuws
", verwelkomt de imponerende vrouw des huizes ons terwijl overal in haar flat de maagd Maria blauw staat of hangt te wezen.
VESNA LEVAR :
"De Kroatische regering heeft deze week toegegeven dat ze verantwoordelijk is voor de dood
van mijn man. Het Tribunal in Den Haag had de regering gevraagd om Milan te beschermen. Blijkbaar is dat
nooit helemaal duidelijk gemaakt aan de politie in deze regio. Of heeft die het niet willen horen. Begrijpelijk,
want de politie moet ons ook niet; haar rol in de oorlog was pijnlijk. Wij kregen dus geen bescherming, hoewel
er verscheidene aanslagen werden gepleegd tegen mijn man. Granaten werden naar ons huis gegooid, er is
gepoogd hem te vergiftigen, enzovoort. Hij droeg altijd een mes bij zich. Milan wist dat het leven in Gospic na
zijn getuigenissen erg zou worden, maar hij dacht dat het op een andere plaats nog onveiliger zou zijn".
Moordenaar op 200 meter
ZeIf heeft Vesna Levar weinig meegemaakt van de drie dagen etnische zuivering in Gospic.
VESNA:
"Toen ik na enkele dagen aan zee terugkwam, waren heel wat mensen verdwenen. Ook mijn collega op
het weerstation. Toen mijn man dat vernam, barstte hij in woede uit: ’Waarom not die brave man?! Waarom zijn
vrouw en dochter?! Ze deden geen vlieg kwaad.’ Toen wist ik wat er gebeurd was. Mijn collega hebben ze iets
later dood teruggevonden buiten Gospic, de lijken van zijn vrouw en kind hadden ze verstopt op Servisch grondgebied. Niet lang na zijn dood, is iemand zijn auto op het weerstation komen stelen
".
Vesna heeft van de Kroatische staat ongeveer 30.000 euro compensatie gekregen. Van vertrekken uit Gospic wil
ze niet weten. Zeker nu niet. "De staat voerde aan dat ze nog steeds niet weet wie mijn man vermoord heeft.
Dat klapt niet. Olficieel loopt het onderzoek nog, maar iedereen kent de ware toedracht". Hallucinant maar waar: de moordenaar van Levar, lvica Rozic
, woont 200 meter verderop. Hij is een bommenexpert die indertijd nog explosieven heeft gemaakt voor hot Kroatische leger en do politie.
ZELJKO PERATOVIC :
"Een tijdje na de moord pakte de politie Ivica Razic op voor zijn rol in do gruwel tijdens de
oorlag. De kerel dacht dat hij voor de moord werd gearresteerd en bekende prompt. Do politie informeerde hem
vriendelijk dat ze hem om een andere reden hadden opgepakt en dat zijn bekentenis niet telde zonder
aanwezigheid van een advocaat. Toen die arriveerde, ontkendo Rozic alles. Hj was één van do Vijf van Gospic
die de dans ontsprong. Voor do moord op Milan Levar is hij nooit voor de rechter gekomen, hoewol de palitie
weet wie hem betaald heeft voor do klus en or tijdens een huiszoeking gelijkaardige explosieven zijn gevonden
bij hem thuis. Die explosieven waren zijn handelsrnerk. Met medewerking van de politie pleegde hij tussen 1996 en 1998 aanslagen tegon Serviërs die naar hun huizen in Gospic terugkwarnen".
Peratovic heeft een zwaar vermoeden dat de vriend van Levar, die aan de telefoon had ontkend dat hij iets wist
van een nakende aanslag, hem verraden heeft: “Hij was de enige die wist dat Milan die dag in de tuin ging
werken. Die tuin was de vorige twee dagen helemaal en zonder resultaat doorzocht. Hii heeft toegegeven dat hij die avond zelfs Tihomir Oreskovic op restaurant heeft gosproken.”
Belgische huurdoder
Op het procos tegen de Vijf van Gospic vertelde de chef van de criminele politie Levars vrouw dat ze weten wie
de moord gepleegd heeft, maar te weinig bewijzen hebben.
PERATOVIC:
"Het is duidelijk dat het bevel voor do executie uit Zagreb kwam. Dit is een politieko moord. Wat
wij weten, is dat Tihomir Oreskovic een tijdlang voor do Amerikaanse geheime dienst heeft gewerkt en dat zijn broer Ivica
, die ook in Gospic actief was, lid was van do SIS, de Kroatische geheime dienst die onder bevel
stond van defensieminister Susak, de man die actief ijverde voor een groter Kroatië en een deel van
Bosnië-Herzegovina wilde inpikken. Oreskovic en de zijnen kwamen geregeld samen in een café in Zagreb. Daar
is de executie van Milan bevolen. Onmiddellijk na de dood van Milan sprak ik er met een van de mensen uit de
kring van Oreskovic. Tijdens ons gesprek werd hij benaderd door de Belgische wapenhandelaar en huurdoder James Cappiau
, die jarenlang vuile klussen heeft opgeknapt voor het ministerie van Defensie atvarens hij zelf
in 2001 in Zagreb werd afgemaakt. ‘Jo moet mij 8.000 euro voor die klus’, zei Cappiau. ‘Het is geregeld: De
man zei dat hij het gehoord had, maar dat hij bij Oreskovic moest zijn. Enkele dagen later koos de eigenaar van dat café het hazenpad. Hij leeft nu ergens in Australië".
Peratovic is er zeker van dat heel wat mensen in de hoogsto kringen de ware toedracht van do moord op Levar kennen.
PERATOVIC:
"Eén hoop heb ik: dat de toetreding tot de EU dit land dwingt om met zijn zwarte oorlogsverleden
in het reino te komen. De komende maanden zal ik proberen zo voel mogelijk EU-parlementsleden te
motiveren om hier een zaak van te maken’ Terwijl mijn auto op straat aan nieuwsgierige blikkon blootstaat,
moeten we eten van Vesna, Slivovitsj drinken en naar foto’s kijken. En of we misschien een naamkaartje bij hebben? Dat hebben we.
Tekst: Peter Dupont
|